Hof Zevenbergen

Blogt!

Ach mijn Jezus,
hoe kan ik toch met Jou aan tafel aanliggen, jouw innige vriendschap niet waard? Judas, Petrus, … ik sta in dat rijtje.
Jij bemint míj – dat is wel duidelijk. Maar welk wederwoord geef ik Jou?
Het openlijke ‘ja’ van Petrus, die alsnog vergaat in een ‘neen’?
Het openlijke ‘neen’ van Judas, die alsnog vergaat in een onmachtige schreeuw … ‘misschien?’
Hoe kan ik met Jou aan tafel aanliggen, jouw innige vriendschap niet waard?
Jij reikt mij jouw brood; je spaart het uit je mond, zoals een moeder doet met haar noodlijdende kinderen. En ja, ik ben in nood. En ja, Jij kómt mij tegemoet. Je geeft je léven … aan mij. Je legt jezelf mij in de handen … wat zal ik ermee doen? Opeten – mij eigen maken? Of weglopen, om te doen wat zogezegd ‘moet’?
Ach mijn Jezus,
ga mij voor. Ik zal aarzelend volgen – Jou verloochenen wellicht. En toch … zoek ik mee te gaan in dat gebaar van breken en delen, ook met wie zijn hiel tegen mij keert, want is dat juist niet jouw vriendschap?

wd


Rechten voorbehouden